Where flowers grew – Ieva Drobenkaitė

Misschien moet een plek wel verdwijnen om echt gewaardeerd te worden…
“De sluiting van het bloemenbedrijf van mijn grootouders en de achteruitgang van de kassen hebben me een vreemd gevoel gegeven. Ik ben opgegroeid naast deze enorme bouwwerken, omringd door beschermde planten, waar ik mijn familie dagenlang uit het oog verloor omdat ze aan het werk waren. Maar verandering was onvermijdelijk. Overwoekerde paden, vuile bloembedden en gescheurde afdekkingen deden me denken aan een verzameling voorwerpen die een belangrijk hoofdstuk in mijn leven zouden afsluiten.”
De installatie is samengesteld uit een selectie van kleuren en texturen uit persoonlijke en archiefbeelden van kassen en planten en onderzoekt de wisselwerking tussen natuurlijke en synthetische materialen. Het gebreide werk combineert vezels van katoen, linnen en zijde met gerecyclede synthetische materialen, zoals polypropyleen en polyethyleen. Elementen zoals zeilen, afdekkingen en netten zijn verwerkt, wat de traditie van hergebruik en tweedehands materialen benadrukt en doet denken aan de bouwstijl van de grootvader van de maker. Zijn intuïtieve, ongeplande methoden inspireerden hem om te werken met lokaal beschikbare materialen en flexibiliteit te omarmen. Bamboestokken en staal dienen als steunen en structurele elementen voor het textiel en doen denken aan het skelet van een kas.
Bezoekers worden uitgenodigd om de transformatie te ervaren. Elk stuk textiel begint als een plat oppervlak en kan naadloos meerdere functies vervullen, zoals zit-, decoratieve of interactieve objecten. Eén enkel stuk biedt eindeloze mogelijkheden door zijn patronen en textuur.
Maybe to truly appreciate a place, it must come to an end…
“The closure of my grandparents’ flower business and the deterioration of the greenhouses have left me feeling strange. I grew up next to these huge structures, surrounded by sheltered plants, where I would lose my family to work for days. Yet change was inevitable. Overgrown pathways, dirty flower beds and torn covers made me imagine a collection of objects that would conclude a significant chapter in my life.”
Curated from a selection of colors and textures gathered from personal and archival images of greenhouses and plants, the installation explores the interplay between natural and synthetic materials. The knitted work blends fibers of cotton, linen and silk with recycled synthetics, such as polypropylene and polyethene. Elements such as tarps, covers and nets are incorporated, highlighting a tradition of repurposing and secondhand sourcing, reminiscent of the maker’s grandfather’s approach to building. His intuitive, unplanned methods inspired him to work with locally available materials and embrace flexibility. Bamboo sticks and steel serve as supports and structural elements to the textile, recalling the skeleton frame of a greenhouse.
Viewers are invited to experience the transformation. Each piece of textile begins as a flat surface and can seamlessly serve multiple functions, such as seating, decorative, or interactive objects. A single piece offers endless possibilities through its patterns and textures, encouraging the reimagining of relationships with objects and space.